Geniaal deel 2

Over ontwikkelingspsychologie is al oneindig veel geschreven en gepraat. Gevoelige perioden, kinderkarakterstijlen, zone van de naaste ontwikkeling, basisbehoeftes, ontwikkelingsfases, er is zoveel te ontdekken bij kinderen.
Voor mij krijgt theorie betekenis als ik er iets van terug kan vinden bij de kinderen in de praktijk. Van al die theorieën is gelukkig veel terug te vinden als je met kinderen werkt. Als het goed is openbaren zich ook toch nog steeds nieuwe theorieën. Er is nog zoveel bijzonders te ontdekken in de kinderen van tegenwoordig. In mijn werk maak ik gebruik van de theorie achter de ontwikkeling van de kinderkarakterstijlen. In de blog hiervoor (Geniaal) kwam de eerste fase in het zonnetje te staan. De periode vanaf het prilste begin tot en met de geboorte. Welkom op aarde, letterlijk. In de tweede fase die er direct op volgt staat het thema overvloed of tekort centraal. De periode waarin je gevoelig bent voor ervaringen die daarmee gepaard gaan, duurt tot een jaar of anderhalf. Zelfvertrouwen is direct gekoppeld aan dit thema. Denk je van jezelf dat je altijd tekort schiet of ben je dik tevreden met jezelf.
In gedrag bij kinderen vind je dat terug. Fijn is het, om achter dat gedrag de behoefte aan erkenning te kunnen zien. Bodemloze put kinderen kunnen het zijn. Je stopt er van alles in, aandacht, veel aandacht, eten, veel eten, maar het lijkt nooit genoeg. Je pept ze op als ze moe zijn, stimuleert ze om door te zetten, moedigt ze aan als ze onzeker zijn. Maar het lijkt nooit genoeg. Daarnaast zijn ze zorgzaam en gezellig, kletsen ze honderduit, komen met lieve zelfgemaakte cadeautjes en houden van knuffelen. Als ouder en leerkracht raak je in verwarring. Ook hier weer herhaalt deze gevoelige periode van net na de geboorte zich. Zo tussen de 7 jaar en 9 jaar kan dat onzekere en faalangstige gevoel weer wat meer om aandacht vragen. Reken je dan even terug dan kom je terecht in die fase net na de geboorte. Warmte en voeding stonden toen met stip op één in de behoeftepiramide. De grap is dat het ook weer helpt als daarin nog wat aangevuld mag worden. Maar hoe dan? Spenen, warme flesjes, wikkeldoeken, tummytubs…..zo’n achtjarige joekel ga je daar toch niet meer mee lastig vallen. En toch…….het zou zo helpend zijn. Daar ligt namelijk je basisvertrouwen. Warm, doorvoed, tevreden. Als jij het warm hebt en een gevulde buik ben je schijnbaar de moeite waard. Dat geeft vertrouwen, zelfvertrouwen. Een vertaalslag van die behoefte voor grotere kinderen is te maken. Juíst omdat de kinderen die dat nodig hebben het zullen herkenen en opzuigen.
Met een dekentje samen op de bank. Zomaar een keer een XL zak chips helemaal in je eentje op mogen eten. Er is genoeg en je doet ertoe! Dat is de boodschap die je eindeloos mag herhalen. Verwennen kan niet als het gaat om opbouwen van zelfvertrouwen. Dus ga af en toe helemaal los. En leer die kinderen dat leren in kleine stapjes en met veel herhalen heel fijn kan zijn. En dat je soms best iets kan doen wat je nét iets te lastig lijkt. Maar niet té lastig want dan haken ze af. Rust, Reinheid en Regelmaat zijn gouden termen voor kinderen die in deze fase nog wat hebben in te halen. Leuk hè! Dan krijgt meer aandacht geven, stimuleren en aanmoedigen ineens een andere lading. Je legt daarmee een bodem in die bodemloze put! En dat is genieten, dat dan niet alles er dwars doorheen zakt, maar blijft liggen. Extreem waardevol! Veel plezier weer met kijken en onderzoeken of je een kind kent met deze behoefte. En er dan ook gelijk vol warmte en aandacht mee om kan gaan.

Volgende keer fase 3 van 5